KvK te Amsterdam: 34356942

 

 

 

Internationaal Webbeheer & Notarieel Advies

 

 

 

Van Mourik neemt afscheid

‘De ethiek is wat ons onderscheidt’

 

Was het vroeger beter? Lang niet altijd, zegt Martin Jan van Mourik, die in december afscheid nam als hoogleraar notarieel- en privaatrecht te Nijmegen. Maar een moreel reveil is wel aan de orde. ‘Ik pleit voor de invoering van een deugdenethiek, in de maatschappij in het algemeen en het notariaat in het bijzonder.’

De banden piepen nog net niet, als Martin Jan van Mourik de bocht neemt en zijn auto naast zijn woonhuis tot stilstand laat komen. De hooggeleerde heeft zich in de locatie voor het interview vergist, en was nog op zijn kantoor in Nijmegen. Zijn vrouw, gelukkig thuis, wees haar man telefonisch op zijn feilen zoals alleen een echtgenote vermag te doen, voorzag de journalist van thee, maar trok vervolgens zelf de deur achter zich dicht voor een andere afspraak. Sfeer van het platteland, waar de deur nog openstaat en men een vreemdeling alleen met de krant achterlaat in het eigen huis. Zo anders dan het westen.
Van Mourik zal dat onderscheid in de loop van het interview een aantal malen benadrukken. Hij is een Brabander, en wil het weten. In de periode dat hij in Leiden werkte, heeft hij ook geen moment de aandrang gevoeld te verhuizen. ‘Dan moet je je kinderen daar laten opgroeien, en die krijgen dan ook kennis aan randstedelijke geliefden. Word je dubbel gepakt, driedubbel als er kleinkinderen komen. Nee, dank je feestelijk. Boven de Waal begint de droefenis.’

 

Worstelpartij
In Leiden, waar hij al op 31-jarige leeftijd in 1975 als hoogleraar werd aangesteld, was dat verschil hem direct duidelijk. ‘Het is ander volk, daar in het westen. Mensen zijn er over het geheel genomen stijver, strakker, minder rondborstig. En er heerste toen een vorm van anti-papisme, dat was evident. Ik was tijdelijk overgekomen uit de Generaliteitslanden, zo voelde het.’
Dat hij die periode overigens niet als vervelend heeft ervaren, was vooral te danken aan zijn studenten. ‘Ik was zelf nog jong, en had dus de energie om ook eens een nachtje door te halen op Minerva. Ik herinner me een worstelpartij en zes gekneusde ribben, enfin, mooie tijden...’ Trots laat Van Mourik een bundel met herinneringen zien, die oud-studenten uit Leiden in december voor hem hebben samengesteld. ‘Die mensen zijn nu ook vijftig-plus, dat ze nog aandacht voor me hebben wil toch wel wat zeggen.’
Hij ontvangt in het tuinhuis, zijnde zijn werkkamer, waar nog veel meer attenties en blijken van waardering her en der verspreid liggen. Zelfs van mensen van wie de naam hem niets zegt.
Hij lijkt het graag te willen weten, dat hij geliefd is, maar naar eigen zeggen is zijn eerste levensmotto oprechtheid. ‘Ik ben recht voor z’n raap, altijd eerlijk. Natuurlijk stoot je dan weleens iemand voor het hoofd, ga je een keer ‘door mensen heen’. Maar het maakt het leven ook wel heel overzichtelijk en uiteindelijk waarderen de meesten het vooral dat ze precies weten wat ze aan je hebben.’

 

Bloemrijk
Het is wat maakt dat hij zo’n hekel heeft aan politici. ‘Ze spelen spelletjes, liegen de hele dag. Het zijn gewoon vreselijke mensen.’ Tijdens zijn afscheidscollege op 28 november in Nijmegen, hekelde hij voor een duizendkoppig publiek het democratisch proces in Den Haag: ‘Er is een woordvoerder die zaken doet met andere woordvoerders. Daar komen compromissen uit en de fracties gaan als klapvee mee, maar weten intussen van toeten noch blazen. Zo is het huwelijkvermogenrecht afgehandeld, zo gaat dat wellicht ook met het personenvennootschapsrecht. Het is een schandaal.’
Dan manifesteert zich wat mensen op Van Mourik tegen kunnen hebben: hij laat zich meeslepen in z’n enthousiasme, let minder op z’n woorden. Het Haagse ‘gekonkel’, die ‘onbetrouwbare steile calvinisten’, de pejoratieve kwalificaties zijn bloemrijk doeltreffend. Ook ‘zakkenvullers als Rijkman Groenink’ moeten het ontgelden. Hij geeft toe dat hij soms doorschiet, maar prefereert die stijl: ‘De hele dag doende met aardig zijn, dat schiet niet op. Ik bied met regelmaat excuses aan als daar aanleiding toe is. Maar ik heb ook vaak gelijk.’

 

Hoogtepunt
Hij is in dat opzicht van twee kanten besmet, zegt Van Mourik. ‘Van mijn vader, ook notaris, heb ik ethisch besef meegekregen. Nooit liegen, geen spelletjes spelen. Dan kun je veel doen in je leven. Leugenaars zijn altijd meer tijd kwijt: ze moeten permanent nadenken welke positie ze nu weer hebben ingenomen. Daarbij heb ik van mijn moeder het doelbewuste, dat ik me niet laat afleiden. Dat betekent niet dat ik m’n leven precies heb uitgestippeld. Ik promoveerde bijvoorbeeld niet omdat de wetenschap riep, maar omdat me dat uit militaire dienst zou houden. Maar toen dat de ingeslagen koers was, bleek ik het leuk te vinden en schreef ik m’n proefschrift in twee jaar tijd. Ik promoveerde op m’n zesentwintigste.’
Die rotsvaste houding maakte dat hij, inmiddels vanaf 1987 hoogleraar in Nijmegen, zich in de jaren negentig ook zo kon vastbijten in het nieuwe erfrecht. ‘Ik zag dat dat misging, dat de nieuwe wetgeving te lijden zou hebben van de compromissen tussen KNB en Justitie. Toen ben ik onder meer mijn column in De Telegraaf daar aan gaan wijden, omdat ik wist dat die vorm van herrie de enige manier was waarop dat proces ten goede kon worden gekeerd. En dat is me gelukt. Dat dat nieuwe erfrecht er op een fatsoenlijke manier is gekomen, is zonder twijfel een van de hoogtepunten van mijn professionele leven.’

 

Compos mentis
Dat fanatisme heeft volgens hem ook negatieve consequenties gehad. Door z’n focus op het erfrecht heeft hij naar eigen zeggen te weinig aandacht gehad voor het loslaten van de notariële tarieven vanaf 1999. ‘Ik neem het mezelf niet kwalijk, want ik had er eenvoudigweg geen tijd voor, maar ik ben ervan overtuigd dat ik een rol had kunnen spelen in de krachten tegen die ontwikkeling.’ Hetgeen niet wil zeggen dat hij de uitkomst tegen had kunnen houden: ‘Alles moest in die jaren zuchten onder de knoet van de markt. Dat was nu eenmaal de heersende gedachte.’
Dat Van Mourik tegen marktwerking zou zijn, is echter een misverstand. ‘Het gaat erom hoe je met het ambt omgaat, mét of zonder vrije tarieven, dat maakt niet uit. In dat opzicht is het notariaat wat mij betreft ook een weerspiegeling van de huidige maatschappij.’
Waarmee het gesprek als vanzelf komt op zijn stokpaardje: de morele ondergang van het notariaat. Ook onder de velen die hem een goed hart toedragen zijn er nogal wat van mening dat Van Mourik met name de laatste jaren te stevig van leer is getrokken: termen als verloedering en teloorgang, het zouden te sterke benamingen zijn voor incidenten, die niet de hele beroepsgroep betreffen. Hier zou een heer op leeftijd spreken, weliswaar nog compos mentis maar toch op zijn retour, die vooral nog zo vaak zou worden geciteerd omdat het journaille alleen maar uit gewoonte zijn nummer belt voor de zich telkens herhalende krassende grammofoonplaat.

 

Deugden
Van Mourik kent de opvatting, en moet er ook wel om lachen. ‘Het is niet iets van de laatste jaren. Ik heb altijd de nadruk gelegd op het moreel juiste, op de ethiek van het ambt. Dat is namelijk het enige wat ons onderscheidt. Een akte maken kan iedereen, maar wij notarissen hebben een publieke taak en daarom dienen we een hoger moreel besef te hebben dan een ander. Professies zat, waar liegen en bedriegen onderdeel uitmaakt van de beroepsuitoefening, of je het nu hebt over politici, bankiers of advocaten. Dat soort mensen trekt zich uiteindelijk niets aan van de samenleving. Maar de notaris heeft een belangrijker functie.’
Het is de reden waarom hij zich de laatste jaren is gaan verdiepen in de deugdenethiek, onderwerp ook van zijn afscheidsrede. Van Mourik legt de nadruk op de vier kardinale deugden wijsheid, rechtvaardigheid, moed en matigheid, als morele grondhouding van ieder mens, en de notaris in het bijzonder. Wijsheid en rechtvaardigheid spreken eigenlijk voor zich als deugden in het notariële ambt. Moed manifesteert zich als je ook eens dienst weigert omdat je vindt dat iets echt niet door de beugel kan, of wanneer je iemand anders wijst op zijn of haar dubieuze praktijken.

 

Graaiers
En matigheid… hij zal de eerste zijn om toe te geven dat die laatste deugd niet altijd op hem van toepassing is. ‘Maar als je het financieel bekijkt, is dat vooral wat we weer zouden moeten leren. Het vak wordt tegenwoordig gezien als een bron van inkomsten. Dat geldt ook voor op zich keurige notarissen. Men praat over winstmaximalisatie, gooit het op akkoordjes met makelaars en projectontwikkelaars. Vroeger bracht men een honorarium in rekening, een ereloon. Er werd heel goed tot zelfs buitensporig verdiend hoor, geen misverstand daarover. Maar als iemand eens van advies moest worden gediend die dat eigenlijk helemaal niet kon betalen, werd daar ook niet moeilijk over gedaan. Dan prevaleerde het ambt, de maatschappelijke functie. Dat gebeurt tegenwoordig veel minder.’
Omdat het niet anders kan, is dan de tegenwerping, maar daar wil Van Mourik niet aan. ‘Het is een instelling die moet worden bijgebracht. De eerste vraag dient te zijn: wie zitten er in het notariaat, wie worden er notaris? Zijn dat mensen die het ambt hoogachten, of ordinaire graaiers? Er is niets mis met ondernemerschap, dat is een verbetering ten opzichte van vroeger. Maar maak dan wel de juiste keuze. Ga niet alleen maar omzet draaien in onroerend goed tegen een belachelijk laag tarief, waardoor je het vak de nek omdraait. Zorg dat je je rol van wijze adviseur evenzeer handhaaft en zelfs benadrukt. En dan kun je daarnaast best een basale service hebben, waar tegen een laag tarief hypotheek en levering worden afgehandeld. Die standaard o.g.-handelingen zouden wat mij betreft ook buiten het notariaat kunnen worden geregeld, zolang de notaris zich als waardevolle adviseur kan blijven manifesteren in de brede praktijk, inclusief de verplichte bemoeienis met de koopakte.’

 

Gaten stoppen
Van Mourik looft het initiatief van een persoonstoets door de KNB. Maar de organisatie maakt zijns inziens ook een fout die in de maatschappij algemeen is: ‘Er wordt niet naar de oorzaak gekeken. Men legt regeltjes op om de gaten te stoppen. Verordening op de kwaliteit zus, beleidslijn derdengeldenrekening zo. Daarmee kweek je een heel angstig soort notaris, die de regels gaat zien als een beveiliging van zichzelf. “Ik hou me aan de voorschriften, en verder zit ik stil en verroer me niet.” De deugd van de moed, toch al niet heel wijd verbreid onder notarissen, is daarbij geheel verloren. En dus laat men zich de kaas van het brood eten door accountants, belastingadviseurs en estate planners.’
En met de moed is morele hoogstaandheid onlosmakelijk verbonden, betoogt Van Mourik. ‘Vergelijk het met bankiers, die miljoenen aan bonussen ontvingen. “We deden toch niets illegaals?” roepen ze in koor. Nee, inderdaad. En toch deugt het niet.’

 

Vereniging
Het is een afkalving die tot staan moet worden gebracht. En juist daarom heeft hij het ook altijd over verloedering. Niet omdat het notariaat als geheel verloederd is, maar omdat er een proces gaande is dat, eenmaal in gang gezet, leidt tot steeds verdere ineenstorting. ‘Maar de KNB doet of er weinig aan de hand is, of het om incidenten gaat. Ze kan ook niet anders, dan moet de organisatie toegeven dat ze gefaald heeft. Het is een publiekrechtelijke organisatie die voor het notariaat opkomt, maar de band met notarissen is allang verloren gegaan. Men had de vervreemding tot staan moeten brengen. Nu is een moreel beroep op notarissen vanuit de KNB kansloos. Niemand die ik spreek, voelt zich erbij thuis. Men trekt zich alleen iets aan van de regels die worden uitgevaardigd, omdat dat nu eenmaal moet.’
Voor een algeheel gevoelen dat die deugden ertoe doen, en dat ze gedeeld worden, is echter saamhorigheid nodig onder notarissen, betoogt Van Mourik. Een gedeelde motivatie. ‘Vandaar dat ik de roep om een aparte vereniging voor notarissen heel goed begrijp. En als dat niet lukt, dan zal de wal het schip wel keren. Want in zo’n web van opgelegde regels handhaaft het ambt zich niet.’

 

Spruitjeslucht
Overigens is in een groter verband voor een dergelijk moreel reveil een maatschappelijk platform nodig, waarop de deugdenethiek zich zou moeten manifesteren. Dat ontbreekt helaas nog te zeer. ‘Er wordt niet meer opgevoed tegenwoordig, in die zin dat het goede voorbeeld wordt gegeven, door ouders, leraren op school en universiteit. Waar een student vroeger werd gecorrigeerd op een sociëteit als hij iets niet van huis uit had meegekregen, is hij daar nu geen lid meer van.’
Klinkt hier toch het geluid van de conservatieve mastodont, dat vroeger alles beter was? Fel: ‘Maar in dat opzicht wás het toch ook beter? Ik verheerlijk heus de jaren vijftig niet, met z’n benepen spruitjeslucht. Maar het is toch beter als kinderen van veertien niet aan de drank en drugs zijn? Als ze weten hoe ze met mes en vork moeten eten? Als ze zich nog een beetje weten te kleden en respect kunnen tonen voor een ouder iemand? We hebben nu een minister van Jeugd & Gezin. Kennelijk omdat dat nodig is, toch? Waarom zijn er tegenwoordig van die opvoedkundige programma’s op tv? Dan is het toch niet zoals het zou moeten zijn?’

 

Levenshouding
Na deze sombere tirade lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat Van Mourik de toekomst niet vrolijk tegemoet blikt. Maar dat is niet het geval. ‘Om te beginnen: ethiek kun je leren. Het is dus niet een kwestie van generaties die hun ‘deugdelijke dna’ weer door moeten geven. Ik zie bij jongere generaties wel degelijk een streven naar een moreel hoogstaander houding. Studenten en promoti van mij geven het door aan hun leerlingen. En ook maatschappelijk zijn er behulpzame ontwikkelingen: de kredietcrisis is een zegen, mensen stellen vragen bij de graaicultuur. Ook de bezinning op het milieu en wat we daaraan verpesten, helpt mee. De vraag naar zingeving aan het einde van zo’n periode van ongekende welvaart is heel logisch. En dan komen levensvragen op, die onlosmakelijk zijn verbonden met de deugdenethiek.’
En trouwens, van een sombere levenshouding kan Van Mourik moeilijk beschuldigd worden. Daarvoor is hij te zeer de bon vivant die tentamens afnam in de kroeg. Die met genoegen foto’s van hem in carnavalskostuum toont, en de vendelzwaaiers van ‘zijn’ Sint Barbaragilde liet opdraven bij z’n afscheid. Als de emeritus de journalist galant naar het station terugbrengt, galmt door de auto een onvervalste schlager: Hautnah will ich leben. De kans dat het notariaat nog weleens van Van Mourik verneemt, lijkt aanwezig.


Matthijs Hogendoorn

 

 

bron: www.notaris.nl

Notariaat Magazine nummer 1, januari 2009

 

Consult door: Akte van Bekwaamheid als Notarisklerk, 05 oktober 2005

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

KvK te Amsterdam: 34356942

Copyright © NIDERI Beheer