|
Van
Mourik neemt afscheid
‘De
ethiek is wat ons onderscheidt’
Was het vroeger beter? Lang niet altijd, zegt Martin
Jan van Mourik, die in december afscheid nam als
hoogleraar notarieel- en privaatrecht te Nijmegen. Maar
een moreel reveil is wel aan de orde. ‘Ik pleit voor
de invoering van een deugdenethiek, in de maatschappij
in het algemeen en het notariaat in het bijzonder.’
De banden piepen nog net niet, als Martin Jan van
Mourik de bocht neemt en zijn auto naast zijn woonhuis
tot stilstand laat komen. De hooggeleerde heeft zich in
de locatie voor het interview vergist, en was nog op
zijn kantoor in Nijmegen. Zijn vrouw, gelukkig thuis,
wees haar man telefonisch op zijn feilen zoals alleen
een echtgenote vermag te doen, voorzag de journalist van
thee, maar trok vervolgens zelf de deur achter zich
dicht voor een andere afspraak. Sfeer van het
platteland, waar de deur nog openstaat en men een
vreemdeling alleen met de krant achterlaat in het eigen
huis. Zo anders dan het westen.
Van Mourik zal dat onderscheid in de loop van het
interview een aantal malen benadrukken. Hij is een
Brabander, en wil het weten. In de periode dat hij in
Leiden werkte, heeft hij ook geen moment de aandrang
gevoeld te verhuizen. ‘Dan moet je je kinderen daar
laten opgroeien, en die krijgen dan ook kennis aan
randstedelijke geliefden. Word je dubbel gepakt,
driedubbel als er kleinkinderen komen. Nee, dank je
feestelijk. Boven de Waal begint de droefenis.’
Worstelpartij
In Leiden, waar hij al op 31-jarige leeftijd in 1975 als
hoogleraar werd aangesteld, was dat verschil hem direct
duidelijk. ‘Het is ander volk, daar in het westen.
Mensen zijn er over het geheel genomen stijver,
strakker, minder rondborstig. En er heerste toen een
vorm van anti-papisme, dat was evident. Ik was tijdelijk
overgekomen uit de Generaliteitslanden, zo voelde
het.’
Dat hij die periode overigens niet als vervelend heeft
ervaren, was vooral te danken aan zijn studenten. ‘Ik
was zelf nog jong, en had dus de energie om ook eens een
nachtje door te halen op Minerva. Ik herinner me een
worstelpartij en zes gekneusde ribben, enfin, mooie
tijden...’ Trots laat Van Mourik een bundel met
herinneringen zien, die oud-studenten uit Leiden in
december voor hem hebben samengesteld. ‘Die mensen
zijn nu ook vijftig-plus, dat ze nog aandacht voor me
hebben wil toch wel wat zeggen.’
Hij ontvangt in het tuinhuis, zijnde zijn werkkamer,
waar nog veel meer attenties en blijken van waardering
her en der verspreid liggen. Zelfs van mensen van wie de
naam hem niets zegt.
Hij lijkt het graag te willen weten, dat hij geliefd is,
maar naar eigen zeggen is zijn eerste levensmotto
oprechtheid. ‘Ik ben recht voor z’n raap, altijd
eerlijk. Natuurlijk stoot je dan weleens iemand voor het
hoofd, ga je een keer ‘door mensen heen’. Maar het
maakt het leven ook wel heel overzichtelijk en
uiteindelijk waarderen de meesten het vooral dat ze
precies weten wat ze aan je hebben.’
Bloemrijk
Het is wat maakt dat hij zo’n hekel heeft aan
politici. ‘Ze spelen spelletjes, liegen de hele dag.
Het zijn gewoon vreselijke mensen.’ Tijdens zijn
afscheidscollege op 28 november in Nijmegen, hekelde hij
voor een duizendkoppig publiek het democratisch proces
in Den Haag: ‘Er is een woordvoerder die zaken doet
met andere woordvoerders. Daar komen compromissen uit en
de fracties gaan als klapvee mee, maar weten intussen
van toeten noch blazen. Zo is het huwelijkvermogenrecht
afgehandeld, zo gaat dat wellicht ook met het
personenvennootschapsrecht. Het is een schandaal.’
Dan manifesteert zich wat mensen op Van Mourik tegen
kunnen hebben: hij laat zich meeslepen in z’n
enthousiasme, let minder op z’n woorden. Het Haagse
‘gekonkel’, die ‘onbetrouwbare steile
calvinisten’, de pejoratieve kwalificaties zijn
bloemrijk doeltreffend. Ook ‘zakkenvullers als Rijkman
Groenink’ moeten het ontgelden. Hij geeft toe dat hij
soms doorschiet, maar prefereert die stijl: ‘De hele
dag doende met aardig zijn, dat schiet niet op. Ik bied
met regelmaat excuses aan als daar aanleiding toe is.
Maar ik heb ook vaak gelijk.’
Hoogtepunt
Hij is in dat opzicht van twee kanten besmet, zegt Van
Mourik. ‘Van mijn vader, ook notaris, heb ik ethisch
besef meegekregen. Nooit liegen, geen spelletjes spelen.
Dan kun je veel doen in je leven. Leugenaars zijn altijd
meer tijd kwijt: ze moeten permanent nadenken welke
positie ze nu weer hebben ingenomen. Daarbij heb ik van
mijn moeder het doelbewuste, dat ik me niet laat
afleiden. Dat betekent niet dat ik m’n leven precies
heb uitgestippeld. Ik promoveerde bijvoorbeeld niet
omdat de wetenschap riep, maar omdat me dat uit
militaire dienst zou houden. Maar toen dat de ingeslagen
koers was, bleek ik het leuk te vinden en schreef ik
m’n proefschrift in twee jaar tijd. Ik promoveerde op
m’n zesentwintigste.’
Die rotsvaste houding maakte dat hij, inmiddels vanaf
1987 hoogleraar in Nijmegen, zich in de jaren negentig
ook zo kon vastbijten in het nieuwe erfrecht. ‘Ik zag
dat dat misging, dat de nieuwe wetgeving te lijden zou
hebben van de compromissen tussen KNB en Justitie. Toen
ben ik onder meer mijn column in De Telegraaf daar aan
gaan wijden, omdat ik wist dat die vorm van herrie de
enige manier was waarop dat proces ten goede kon worden
gekeerd. En dat is me gelukt. Dat dat nieuwe erfrecht er
op een fatsoenlijke manier is gekomen, is zonder twijfel
een van de hoogtepunten van mijn professionele leven.’
Compos mentis
Dat fanatisme heeft volgens hem ook negatieve
consequenties gehad. Door z’n focus op het erfrecht
heeft hij naar eigen zeggen te weinig aandacht gehad
voor het loslaten van de notariële tarieven vanaf 1999.
‘Ik neem het mezelf niet kwalijk, want ik had er
eenvoudigweg geen tijd voor, maar ik ben ervan overtuigd
dat ik een rol had kunnen spelen in de krachten tegen
die ontwikkeling.’ Hetgeen niet wil zeggen dat hij de
uitkomst tegen had kunnen houden: ‘Alles moest in die
jaren zuchten onder de knoet van de markt. Dat was nu
eenmaal de heersende gedachte.’
Dat Van Mourik tegen marktwerking zou zijn, is echter
een misverstand. ‘Het gaat erom hoe je met het ambt
omgaat, mét of zonder vrije tarieven, dat maakt niet
uit. In dat opzicht is het notariaat wat mij betreft ook
een weerspiegeling van de huidige maatschappij.’
Waarmee het gesprek als vanzelf komt op zijn
stokpaardje: de morele ondergang van het notariaat. Ook
onder de velen die hem een goed hart toedragen zijn er
nogal wat van mening dat Van Mourik met name de laatste
jaren te stevig van leer is getrokken: termen als
verloedering en teloorgang, het zouden te sterke
benamingen zijn voor incidenten, die niet de hele
beroepsgroep betreffen. Hier zou een heer op leeftijd
spreken, weliswaar nog compos mentis maar toch op zijn
retour, die vooral nog zo vaak zou worden geciteerd
omdat het journaille alleen maar uit gewoonte zijn
nummer belt voor de zich telkens herhalende krassende
grammofoonplaat.
Deugden
Van Mourik kent de opvatting, en moet er ook wel om
lachen. ‘Het is niet iets van de laatste jaren. Ik heb
altijd de nadruk gelegd op het moreel juiste, op de
ethiek van het ambt. Dat is namelijk het enige wat ons
onderscheidt. Een akte maken kan iedereen, maar wij
notarissen hebben een publieke taak en daarom dienen we
een hoger moreel besef te hebben dan een ander.
Professies zat, waar liegen en bedriegen onderdeel
uitmaakt van de beroepsuitoefening, of je het nu hebt
over politici, bankiers of advocaten. Dat soort mensen
trekt zich uiteindelijk niets aan van de samenleving.
Maar de notaris heeft een belangrijker functie.’
Het is de reden waarom hij zich de laatste jaren is gaan
verdiepen in de deugdenethiek, onderwerp ook van zijn
afscheidsrede. Van Mourik legt de nadruk op de vier
kardinale deugden wijsheid, rechtvaardigheid, moed en
matigheid, als morele grondhouding van ieder mens, en de
notaris in het bijzonder. Wijsheid en rechtvaardigheid
spreken eigenlijk voor zich als deugden in het notariële
ambt. Moed manifesteert zich als je ook eens dienst
weigert omdat je vindt dat iets echt niet door de beugel
kan, of wanneer je iemand anders wijst op zijn of haar
dubieuze praktijken.
Graaiers
En matigheid… hij zal de eerste zijn om toe te geven
dat die laatste deugd niet altijd op hem van toepassing
is. ‘Maar als je het financieel bekijkt, is dat vooral
wat we weer zouden moeten leren. Het vak wordt
tegenwoordig gezien als een bron van inkomsten. Dat
geldt ook voor op zich keurige notarissen. Men praat
over winstmaximalisatie, gooit het op akkoordjes met
makelaars en projectontwikkelaars. Vroeger bracht men
een honorarium in rekening, een ereloon. Er werd heel
goed tot zelfs buitensporig verdiend hoor, geen
misverstand daarover. Maar als iemand eens van advies
moest worden gediend die dat eigenlijk helemaal niet kon
betalen, werd daar ook niet moeilijk over gedaan. Dan
prevaleerde het ambt, de maatschappelijke functie. Dat
gebeurt tegenwoordig veel minder.’
Omdat het niet anders kan, is dan de tegenwerping, maar
daar wil Van Mourik niet aan. ‘Het is een instelling
die moet worden bijgebracht. De eerste vraag dient te
zijn: wie zitten er in het notariaat, wie worden er
notaris? Zijn dat mensen die het ambt hoogachten, of
ordinaire graaiers? Er is niets mis met ondernemerschap,
dat is een verbetering ten opzichte van vroeger. Maar
maak dan wel de juiste keuze. Ga niet alleen maar omzet
draaien in onroerend goed tegen een belachelijk laag
tarief, waardoor je het vak de nek omdraait. Zorg dat je
je rol van wijze adviseur evenzeer handhaaft en zelfs
benadrukt. En dan kun je daarnaast best een basale
service hebben, waar tegen een laag tarief hypotheek en
levering worden afgehandeld. Die standaard
o.g.-handelingen zouden wat mij betreft ook buiten het
notariaat kunnen worden geregeld, zolang de notaris zich
als waardevolle adviseur kan blijven manifesteren in de
brede praktijk, inclusief de verplichte bemoeienis met
de koopakte.’
Gaten stoppen
Van Mourik looft het initiatief van een persoonstoets
door de KNB. Maar de organisatie maakt zijns inziens ook
een fout die in de maatschappij algemeen is: ‘Er wordt
niet naar de oorzaak gekeken. Men legt regeltjes op om
de gaten te stoppen. Verordening op de kwaliteit zus,
beleidslijn derdengeldenrekening zo. Daarmee kweek je
een heel angstig soort notaris, die de regels gaat zien
als een beveiliging van zichzelf. “Ik hou me aan de
voorschriften, en verder zit ik stil en verroer me
niet.” De deugd van de moed, toch al niet heel wijd
verbreid onder notarissen, is daarbij geheel verloren.
En dus laat men zich de kaas van het brood eten door
accountants, belastingadviseurs en estate planners.’
En met de moed is morele hoogstaandheid onlosmakelijk
verbonden, betoogt Van Mourik. ‘Vergelijk het met
bankiers, die miljoenen aan bonussen ontvingen. “We
deden toch niets illegaals?” roepen ze in koor. Nee,
inderdaad. En toch deugt het niet.’
Vereniging
Het is een afkalving die tot staan moet worden gebracht.
En juist daarom heeft hij het ook altijd over
verloedering. Niet omdat het notariaat als geheel
verloederd is, maar omdat er een proces gaande is dat,
eenmaal in gang gezet, leidt tot steeds verdere
ineenstorting. ‘Maar de KNB doet of er weinig aan de
hand is, of het om incidenten gaat. Ze kan ook niet
anders, dan moet de organisatie toegeven dat ze gefaald
heeft. Het is een publiekrechtelijke organisatie die
voor het notariaat opkomt, maar de band met notarissen
is allang verloren gegaan. Men had de vervreemding tot
staan moeten brengen. Nu is een moreel beroep op
notarissen vanuit de KNB kansloos. Niemand die ik
spreek, voelt zich erbij thuis. Men trekt zich alleen
iets aan van de regels die worden uitgevaardigd, omdat
dat nu eenmaal moet.’
Voor een algeheel gevoelen dat die deugden ertoe doen,
en dat ze gedeeld worden, is echter saamhorigheid nodig
onder notarissen, betoogt Van Mourik. Een gedeelde
motivatie. ‘Vandaar dat ik de roep om een aparte
vereniging voor notarissen heel goed begrijp. En als dat
niet lukt, dan zal de wal het schip wel keren. Want in
zo’n web van opgelegde regels handhaaft het ambt zich
niet.’
Spruitjeslucht
Overigens is in een groter verband voor een dergelijk
moreel reveil een maatschappelijk platform nodig, waarop
de deugdenethiek zich zou moeten manifesteren. Dat
ontbreekt helaas nog te zeer. ‘Er wordt niet meer
opgevoed tegenwoordig, in die zin dat het goede
voorbeeld wordt gegeven, door ouders, leraren op school
en universiteit. Waar een student vroeger werd
gecorrigeerd op een sociëteit als hij iets niet van
huis uit had meegekregen, is hij daar nu geen lid meer
van.’
Klinkt hier toch het geluid van de conservatieve
mastodont, dat vroeger alles beter was? Fel: ‘Maar in
dat opzicht wás het toch ook beter? Ik verheerlijk heus
de jaren vijftig niet, met z’n benepen spruitjeslucht.
Maar het is toch beter als kinderen van veertien niet
aan de drank en drugs zijn? Als ze weten hoe ze met mes
en vork moeten eten? Als ze zich nog een beetje weten te
kleden en respect kunnen tonen voor een ouder iemand? We
hebben nu een minister van Jeugd & Gezin. Kennelijk
omdat dat nodig is, toch? Waarom zijn er tegenwoordig
van die opvoedkundige programma’s op tv? Dan is het
toch niet zoals het zou moeten zijn?’
Levenshouding
Na deze sombere tirade lijkt de conclusie
gerechtvaardigd dat Van Mourik de toekomst niet vrolijk
tegemoet blikt. Maar dat is niet het geval. ‘Om te
beginnen: ethiek kun je leren. Het is dus niet een
kwestie van generaties die hun ‘deugdelijke dna’
weer door moeten geven. Ik zie bij jongere generaties
wel degelijk een streven naar een moreel hoogstaander
houding. Studenten en promoti van mij geven het door aan
hun leerlingen. En ook maatschappelijk zijn er
behulpzame ontwikkelingen: de kredietcrisis is een
zegen, mensen stellen vragen bij de graaicultuur. Ook de
bezinning op het milieu en wat we daaraan verpesten,
helpt mee. De vraag naar zingeving aan het einde van
zo’n periode van ongekende welvaart is heel logisch.
En dan komen levensvragen op, die onlosmakelijk zijn
verbonden met de deugdenethiek.’
En trouwens, van een sombere levenshouding kan Van
Mourik moeilijk beschuldigd worden. Daarvoor is hij te
zeer de bon vivant die tentamens afnam in de kroeg. Die
met genoegen foto’s van hem in carnavalskostuum toont,
en de vendelzwaaiers van ‘zijn’ Sint Barbaragilde
liet opdraven bij z’n afscheid. Als de emeritus de
journalist galant naar het station terugbrengt, galmt
door de auto een onvervalste schlager: Hautnah will ich
leben. De kans dat het notariaat nog weleens van Van
Mourik verneemt, lijkt aanwezig.
Matthijs Hogendoorn
bron: www.notaris.nl
Notariaat Magazine nummer 1, januari
2009
Consult door:
Akte van Bekwaamheid als Notarisklerk, 05 oktober 2005
|
![]() |

|